presentacines escritoras bewogen- siempre - laura vargas

Laura Vargas

DE VUELTA. Te espero de vuelta para jugar

LAURA VARGAS

ISBN 978-958-8727-74-5

83300253

91178 9588172774 5

NL

TERUGKEER

Toen ik een klein meisje was, speelde ik graag
Op een dag, werd ik volwassen en ging ik ver van huis te studeren.
Op die plaats, was het erg koud en alles was anders.
Ik voelde me heel eenzaam.
Totdat op een dag zag ik haar.
-Wil je met me spelen in de sneeuw?
-Nee ik ben aan het studeren?!
-Mag ik een stukje van jouw koekje?
-Neen!
-Heb je ooit een sneeuwengel gemaakt?
Mijn elegant winterjas zou dat niet leuk vinden! – dacht ik.
Maar toch heb ik het gedaan!
Ik speelde in de sneeuw en ik voelde me gelukkig!
Die dag heb ik niet meer geleerd.
Ik besefte dat ik weer plezier had!
-Weet je nog hoeveel je leuk vond om vroeger te spelen?
En toen herinnerde ik me het.
Zodra de sneeuw  helemaal smolt, bleef ik plezier maken.
En toen, op een dag, zag hij me!

EINde

presentacines escritoras bewogen- siempre - lunarosa

Virginia Hernandez Becerra is LUNA ROSA

LUNA ROSA is a woman like so many in her country, coming from a traditional family, who suddenly finds hes he or she is imprisoned in a taxed marriage. In this book he illustrates his tortuous path and transformation, to regain his wings of freedom. The testimony of one of the many victims of social violence, forced by the Mafia to an unwanted union. Many failed to preserve their lives.

The author clings to her prevailing survival instinct, traversing with her young children, tortuous and dangerous paths.

In its pages, “Mariposa de un capo”  chronicles his experiences of long years of fear and anguish. Escaping the violence of a menacing and sexist guild, composed of powerful and unpredictable characters, especially relentless.

It took 15 years to complete this book, a year of pain, tears, healing, and forgiveness.

LUNA ROSA manages to rebuild himself in voluntary exile, resurgence from the ashes thanks to so many protective souls that appeared on that uncertain journey, at the exact moment. A new rebirth, a peaceful life with no smell of death from the past.

======

Virginia Hernández Becerra is LUNA ROSA, Colombian artist.

He flees his country leaving a taxed, violent marriage. He arrived in France in 2002, to create a new life from scratch and offer his children a different cultural pattern. However, it is not released from abuse. Three months later, in an early morning in the middle of winter, sleeping in a cava in Paris exploited in an unde declared job, (another kind of aggression) he hears a phrase. “Wake up and write!”

Without hesitation he begins what he did not know at the time, his 1st book. With so many painful passages, he postpones finishing what would be his mission today. Discover violence as a foreigner and artist in other people’s lands.

In 2007 they began arriving at home, Latin American abused by their French partners. Mirrors. Luna Rosa, with her experience as a victim, helps free them. Altruistic work begins.

Remember your book, finishing it is a priority but how to forgive and overcome the pain of your scars? Tired of repeating the same scheme, twice homeless in France by immature and psychologically violent couples, she finally decides to put limits on so much conditioning! In 2017 he finished MARIPOSA DE UN CAPO; 2018 Sanar through his writings. Trilogy emerges as an example for so many people in similar situations. His work of support, personal development and self-help is born, ALAS de LIBERTAD without VICTIMISM

=========

NLLUNA ROSA is een vrouw zoals velen in haar land, komende van een traditionele familie. Een vrouw die plots gevangen zit in een opgelegd huwelijk. In dit boek  illustreert ze haar omslachtige weg en haar transformatie naar een « vrije vogel ». De getuigenis van een van vele slachtoffers van sociaal geweld, verplichting door de mafia tot een  ongewenste verbintenis. Bij velen lukt het niet om hun leven in stand te houden? De auteur beroept zich op haar overlevingsinstincten die bovenkomen door haar kleine kinderen, moeilijke en gevaarlijke wegen. Op de pagina’s van “Mariposa de un capo”( vrij vertaald «  getrouwd met een maffiabaas » ) komen tot leven met haar herinneringen van jaren van angst en beklemdheid. Vluchtend van het geweld van een bedreigende en macho broederschap, samengesteld door gevaarlijke en onvoorspelbaar, en boven alles onverbidderlijk. 15 jaar zijn voorbij gegaan aan het schrijven van dit boek tussen pijn, tranen, genezing en vergiffenis.
LUNA ROSA dringt door in de reconstructie van een vrijwillige verbanning,   het herrijzen uit het  as dankzij behulpzame zielen die op het goede moment verschijnen. Een nieuw begin, een vredevol leven zonder pijn van het verleden.
======
Virginia Hernández Becerra is LUNA ROSA, Colombiaanse artiste, gevlucht uit haar geboorteland door een opgelegd en gewelddadig huwelijk. Ze kwam aan in Frankrijk in 2002, om van nul te beginnen, een nieuw leven op te bouwen. Om aan haar kinderen een verschillende culturele bagage te bieden. Desondanks bevrijdt ze zich niet van het misbruik. Drie maanden nadien, in een vroege winterochtend, sliep ze in een kelder in Parijs, uitgebuit in zwartwerk hoorde ze een zin: “Despierta y escribe!” word wakker en schrijf! Zonder twijfelen begint ze een stap in het onbekende, haar eerste boek. Na veel pijnlijke passages, wordt haar boek afmaken haar missie. Ze ontdekt het geweld als vreemdeling en artieste in onbekende gebieden. In 2007 beginnen Latijns-Amerikaanse vrouwen die misbruikt zijn bij haar thuis toe te komen . Luna Rosa met haar ervaring als slachtoffer helpt hun om zich te bevrijden. Een altruïstisch werk begint. Haar boek eindigen is haar prioriteit, maar hoe moet ze vergeven en haar pijn van haar overwinnen? Moe van de vicieuze cirkel, , twee keer zonder huis in Frankrijk en onvolwassen en gewelddadige relaties besluit ze om een einde te maken aan zoveel conditionering! In 2017 eindigt ze haar boek Mariposa de un capo; 2018. Ze heelt door haar schrijven. Onstaat de triologie als voorbeeld voor zoveel personen in vergelijkbare situaties. Geboren is het werk door ondersteuning, persoonlijke ontwikkeling en zelfhulp. EINDELIJK VRIJHEID ZONDER SLACHTOFFERSCHAP.


Virginia Hernández Becerra – Artista “Luna Rosa”

Galerie d’Art & Atelier 

Chaussée de Wavre, 224

1050 Bruxelles – Belgique

http://www.lunarosa.be/

Cell phone : +32 479 / 42.12.82

https://www.facebook.com/LUNAROSA.artistepeintrecolombienne/

https://www.facebook.com/ALASDELIBERTADsinVictimismo/

Voorleesweek2-2

Recital of Latin American women Utopia library

Lezing Latijns-Amerikaanse vrouwen Utopia

 PROGRAMMA/PROGRAMA

14u00 Palabras de bienvenida
14u10 Palabras presentación SIEMPRE vzw
14u20 Lectura de textos I

1-Claudia velez

2-Linda Janes Moya

3-Maria Clara

4-Martha Ortiz (video)

5-Carolina Ruales (video)

6-Melier Sofía Cortés

15u00 Intervención músical
15u20 Lectura textos II

7-Mariana Lara

8-Marina Granados

9-Matilde Cuevas

10-Alejandra Lerma (video)

11-Diana Lobo (video)

12-Rosa Mercedes Madrid

13-Originaria (video)

16u00 Diálogo entre el público y las escritoras
16u40 Intervención músical
17u00 Cierre

presentacines escritoras bewogen- siempre - ana quijano

Ana Quijano Pineda

Dragoncete and fire by Ana Quijano Pineda.

-1-

Dragoncete and fire

Far away, far away, where the sun rises when it’s dark here, Dragoncete lives. A little dragon of age to learn the skills of his species. He’s very worried that all his little friends already know how to put fire in his mouth and he still doesn’t.

The little dragon tries again and again, but between again and again it spends so much time that it forgets the technique that must memorize. His father, very serious, tells him:

“Dragoncete, if you ever want to become a real dragon, you have to do your exercises every day. “Looking him in the eye,” he continues: “Without practice there is no success.”

“But it’s so tired to practice…”think the little dragon as he tries.

Inspire, contain, fix the target, open your mouth and eject.

Inspire (bring air to your belly, don’t forget), contain (count to ten), fix the

(better close than far), open your mouth (big, don’t get on fire) and eject. Inspire, contain, set the target..

“Ufa, that’s boring! And the fire that doesn’t come out! Dragoncete complains.

His gaze stops at a group of dragons his age; until recently they played with him, but now they think they’re older because they already know how to throw fire and say that playing is for the little ones. There they are, showing off in the main square of the village. Who throws the longest fire, who the shortest, who of the redest and most fiery flame and who the bluedest and warmest. Long, skinny fires, short fires that caress, hoop-shaped fires. Kitchen flames, barbecue flames,. “Oh, what anger!” he thinks. “I’m never going to make it.”

At the center of the gang is Dragonton; looks like a specialist, though he was only born a few months before him. Everyone looks at him, and that smug dragon knows they think he’ll be the winner in the coming fire games. “What if I ask him what his secret is?” thinks the little dragon. “I’m sure you’ll tell me!” he’s excited. There he goes, I need to ask for his infallible recipe.

“Would you teach me how to set fire? He asks kindly. What do you say, you?

-2-

Dragoncete and fire

“Teach me how to throw fire like you do.

“Do you want my best kept secret? Ironic question Dragonton.

“Yes. But if you tell me your secret, I won’t tell anyone, and instead I’ll tell everyone you’re the best—try to convince them.

“Hahaha,” laughs mockingly, as he pretends to think about it; after a few moments, he replies—: I’m going to give you my secret, but you can’t tell anyone. Understand?

“Yes. Yes. I promise I won’t tell anyone,” Dragoncete replies anxiously. “Well. Here we go. I’m telling you just because I’m falling

“Say it now!

“Listen well,” he replies, looking everywhere to make sure no one hears it; lowering his voice, he approaches the interested party’s ear and continues to speak—: In the kitchen of all mothers there are magical powders called pepper. You go, you look for them and, when you find them, you put them in your mouth, you put up with everything you can and you’ll see what a beautiful flame you’ll get. That’s how you surprise your parents.

“Thank you, my friend. I’ll never forget what you’re doing for me,” he says gratefully.

“I’m sure you’ll never forget it. Ji, Ji.

Without saying goodbye, he runs to his cave. Get right in the kitchen. Look this way, over there and beyond. Disillusioned, he thinks his mother doesn’t have those magic powders, when he suddenly sees them. There they are, half hidden between salt and oil.

“I’ll finally set fire! “Scream happily.

Quickly grab the bottle, remove the lid with great effort and, without thinking, looking, or smelling, empty all the contents in your mouth.

“Ah, ah, ah, ah, chissssssyssssss chissssssssssssyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy

Poor Dragoncete, poor his mother’s kitchen; there’s not a single saucepan left in place. The little dragon gives such jumps and sneezes so strong that the fire pit ends upside down. His eyes fill with tears because his palate itches and he can’t stop sneezing. When he calms down, it is his turn to receive a great sermon from his father, which ends with the following sentence:

“Understand, son: there are no shortcuts or magic solutions. The only secret is to practice until you master the technique.

He also has to help his mother order the whole mess and gets punished for a week without being able to leave. But not peeking outside is actually a relief; gets.

-3-

Dragoncete and fire

red just thinking about how your friends will be laughing. He knows everyone’s going to comment on his pepper incident.

When he finally puts his paws out of his cave, Dragonzón, his best friend—who keeps playing with him even though he doesn’t fire yet—he says:

“You have to do your exercises. At first it’s hard, but you’ll see you get it soon.

He tries, but he doesn’t get past the third replay. Ask your friends how much to practice and everyone answers:

“A lot. To master fire you have to practice a lot.

But the little dragon thinks that repeating and repeating the same thing is always very boring and that there must be a simpler way to achieve it. One day he’s distracted around the square thinking about his problem, Dragonton approaches him:

“I heard the one you put up.

“Me? He asks incredulously. But it was you who told me to do it!

“It’s impossible. I gave you my secret and look what happens; now everyone thinks I cheated on you.

Dragoncete is so attentive to the conversation that he doesn’t realize that, a little further, teenage dragons watch funny.

“It’s true, you lied to me. Pepper only serves to sneeze; fire, nothing. “Pepper, you say? I didn’t say pepper, I told you chilli.

“You said pepper to me; Besides, I don’t believe you anymore.

“Well, if you don’t believe me, why keep talking? I’m sure I told you chilli. But leave it. Keep up those boring exercises you don’t get anything with. Goodbye and don’t thank me.

The little dragon is left thinking. “What if he’s right? I remember Mom once said the chilli is just for Dad, because they sting to set fire. It must be true; I’m sure I was wrong and he actually talked about chili peppers and not pepper. Besides, I don’t lose anything to try.” So, believing that everything has been a mistake and very happy because he finally possesses the secret of fire, he enters his house. A second time he goes to the kitchen, trying to get no one to see him. Again look through the seasonings until you find the jar with chilli and cautiously take the tip of a chilli to the mouth.

“WOW! This is going to work! It stings! If I hold out, I’m sure I’ll make it.

-4-

Dragoncete and fire

It’s thinking about it and doing it. He throws a few chillies in his mouth and, excitedly, starts chewing them. After two or three laps, a great ardor invades the little dragon; first the nose, then his face and at last all of it. His tongue, throat and even belly burn. Like the previous time, tears try to help him quell the scorching heat that invades him; she cries through her eyes and nose, and her mouth fills with saliva, but nothing manages to take away her itching. Sticking jumps so as not to destroy the kitchen again, he approaches the barrel where they store the water and sticks his head in. When he takes it out, he nibs on the fruit of the fruit grower, and the moment he’s nodding the vegetables, his mother catches it. The result is: two weeks punished, pride wounded and the whole village laughing at it.

And start over. His father tells him, very seriously, that the traps that aim to shorten the road are usually the longest route to reach the target. What translated into the language of Dragoncete means: “Practice, practice and practice”. But it’s a nuisance to practice and practice. So again he’s on the starting line and he’s still the only dragon of fire age who can’t do it.

Inspire, contain, fix the target, open your mouth and eject.

Now, in addition to being boring, he feels sad and humiliated, so concentrating on his exercises costs him twice as much as at first.

Inspire, contain, fix the target, open my mouth and boo my mouth and boo my mouth.

“How did you learn to throw fire? She asks her friend Dragoncina.

“Like all; doing my homework Monday through Friday, and Saturdays and Sundays just a little practice,” he replies.

Dragoncete reasons: “Impossible, there has to be another way.” But every dragon he asks says the same thing: practicing. His parents, his brother, his uncles, his friends. Well, not everyone. Dragonton seems to have a different opinion, although he already knows that following his advice only brings him problems.

One afternoon he should be practicing, but who actually spends his time looking down the vent in his cave, listens to a strange conversation. Dragonton talks to his friends; laugh at the jokes they’ve spent on him.

Suddenly, Dragoncete hears something that makes his heart stand out:

“That meddling little boy is never going to find out about the flamethrowers’ best-kept secret because I’m not going to tell him. I’m never going to tell you that you can get to be the number one pitcher without going through those stupid exercises; it’s so simple, you can’t even imagine it. To throw the best calls you only have to… eat fire. If I don’t explain it to you, how are you going to find out that for fire to come out, you have to take a light first?

When Dragonton finishes, everyone laughs funny.

Then the little dragon reflects: “It is true. Sure, that’s the key. How can I set fire if there isn’t one inside me?”

So anxious that he feels, he doesn’t stop or think. He heads to the kitchen for the third time, leaping with joy; approaches the campfire that his mother keeps on to prepare the food and, smiling, says:

“Fire, fire, come to me, I will soon be the most famous flame thrower in the village.

Carefully choose a log, grab it and gently blow like your parents do every time you want to fan the flames. Wait, patient, for it to turn on, while he speaks alone.

“I got you, you rascal. You didn’t want to tell me your secret, but now I know. You’ll see tomorrow when I blow through this mouth the biggest fire I’ve got. Jiji, haha.

When the log i turns on and a nice flame is seen at one end, Dragoncete, in his foolishness, takes him to the snout and tries to swallow it. On contact with fire, the tongue makes shssssssssssssssss and the little dragon feels his mouth and pride scorched.

—AYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYY It hurts! he screams, throwing away the piece of wood

He runs out of the house in the direction of the river. Outside, Dragonton and his friends are waiting for him, laughing. He runs fast to the shore and, in one jump, dives in to put out the burning of his mouth and nose with water and, at the same time, alleviate the discomfort he feels because they have made fun of him again.

This time there are no punishments or sermons. His parents consider that public shame is more than enough;

In addition, he has to spend a week with his tongue out, curing the blisters that have come out on his snout. His friends come to visit him, but he doesn’t want to go out. When he recovers, his father tells him:

“I hope you’ve finally learned your lesson. Without practice there is no knowledge. It’s the law of dragons.

Again it is as it is at the beginning and time passes. The day will soon come when all the young dragons who have learned to throw fire will go with the adults to the top of the Major Volcano. There they will show their skills and enjoy knowing that their neighbors consider them real dragons. But he, by wanting to shorten the path, still does not master the technique.

Inspire, contain, fix the target, open your mouth and eject.

“I’m never going to make it. I’m not a dragon, I’m a mouse with wings,” he despairs.

Inspire, contain, fix the target, open your mouth and eject.

-6-

The day of the celebration of fires arrives. Dragoncete won’t go because only air comes out of his snout, which means he’s not fit yet. You will not be able to know the Volcán Mayor, nor enjoy the celebration. He’s still considered one of the little ones, so he stays with them. They’ll be cared for by a dragon so old he can’t fly anymore.

Dragoncete feels very sad and regrets the wasted time. He thinks that because he’s been so lazy, he’ll have to wait another year and practice a lot if he ever wants to go to the biggest party in town.

He walks back and forth, not wanting to do anything, without playing with the other little dragons.

He doesn’t listen to the stories Grandpa tells; you can only think about how much you’ll be having fun without it.

Suddenly, he feels a noise coming up and thinks the partymakers are already returning, but the noise doesn’t look like beating the wings of dragons. It looks more like they’re dog barking. Dog barking? He’s alarmed.

“Men! He deduces. And there’s no adult to keep them away. They’re going to find out! If I could scare them away! What should I do? “He’s never felt so scared. Oh, if I could set fire,” he continues to reason. However, with the latest practices I already blow so hard that I can tear down trees.

I’ll make them think there’s a windstorm and maybe they’ll walk away.

Said and done. The little dragon climbs to the top of the tallest tree and from there begins to work on his exercises, with the maximum concentration that he is capable of.

Inspire, contain, set the target (those trees look weak, I will try to knock them down), open the mouth and expel (strong very strong).

A north-like wind rises in the forest, knocks down a tree and scares approaching hunters.

“Bravísimo, I’ve done it! Dragoncete is encouraged, ready to keep blowing. Inspire, contain, set the target (now those trees over there to close the

step), open your mouth and eject (two trees fall with rumble).

“Okay, kid, all right. A little more and they’ll walk away at all. “Look for a new

target to target and wonder—What if I blow up what’s in their heads?

Inspire, contain, set the target (villager hats), open your mouth and eject.

Blow soft, direct, concentrated and… a well-directed tongue of fire comes out of his right mouth to scorch the hats of the unwelcome visitors.

The villagers, who do not notice Dragoncete’s manoeuvre, feel burning flames fall from the sky, in addition to the wind, and notice that their mountains fly on just like some nearby branches.

What do I love you for.

They run away without worrying about the origin of what happens. They do not see the little dragon, hidden in the top of a tree, who defends his village with claw and courage; but all the dragons coming back from the Major Volcano, yes.

-7-

The spontaneous feast that is thrown in Dragoncete’s honor is much better than ten fire parties. It is improvised, cheerful and, most importantly, celebrated by it.

Everyone is proud of his bravery and congratulates him, including Dragonton and his friends.

He has become a hero and for a long, long time, no one will forget his feat.

Inspire, contain, fix the target, open your mouth and eject. (Oh, it’s so nice to throw fire!).

NL

-1-

Dragoncete en het vuur

Ver, ver weg, waar de zon opkomt als hier nacht is, woont Dragoncete. Een klein draakje in de leeftijd om de vaardigheden van zijn soort te leren. Hij is erg ongerust omdat al zijn vrienden al weten hoe vuur te spuwen en hij nog niet.

De kleine draak probeert opnieuw en opnieuw, maar tussen elke poging is er zo veel tijd dat hij de techniek die hij moet onthouden vergeet. Zijn vader, zeer ernstig, zegt:

-Dragoncete, als je ooit wilt een echte draak te worden, moet je je oefeningen doen, elke dag. -kijkende in zijn ogen, vervolgt hij-“zonder oefenen is er geen resultaat.”

“Maar het is zo vermoeiend om te oefenen…”, denkt de Dragoncete terwijl hij het probeert.

Inademen, ophouden, richt op het doelwit, open de mond en uitademen.

Inademen (breng de lucht naar de buik, niet vergeten), inhouden (telt tot tien), richt op het doelwit (beter dicht dan ver), mond openen (wijd, zodat je je niet verbrand) en uitademen.  Inademen, ophouden, richt op het doelwit, …

“Pff, hoe saai!” En het vuur dat er niet uitkomt! — klaagt Dragoncete.

Zijn blik gericht op een groep draken van zijn leeftijd; tot voor kort speelden ze met hem, maar nu denken ze dat ze groter zijn, omdat ze al weten hoe om vuur te spuwen en zeggen ze dat het spelen voor de kleintjes is. Daar zijn zij, opscheppend op het dorpsplein. Wie spuwt de langste vlam, wie de korste, van wie is de vlam roder en heter van wie blauwer en lauwer.  Lange vlammen dunne vlammen, korte strelende vlammen, boogvorminge vlammen. Vlammen om het koken, vlammen voor de barbecue, ontploffende vlammen. “Ah, wat een woede!” denkt hij. “Ik zal het nooit kunnen.”

In het centrum van de bende staat Dragontón; hij lijkt al een specialist, maar hij is slechts een paar maanden voor hem geboren. Ze kijken allemaal naar hem, en deze zelfvoldane draak denkt dat hij de winnaar zal zijn van de vuurspelen die er aankomen. “Wat als ik hem vraag wat zijn geheim is? “denkt Dragoncete. “Ik weet zeker dat hij het me zal vertellen!” hoopt hij. Daar gaat hij, recht op Dragontón af om hem te vragen wat zijn onfeilbare recept is.

—Leer je mij vuur te spuwen —vraagt hij vriendelijk —Wat zeg je, pummel?”

-2-

—Dat je me leert vuur te spuwen zoals jij het doet.

—¿Je wilt mijn best bewaarde geheim? – vraagt Dragontón ironisch.

—Ja. Maar als je me jou geheim vertelt zal ik het aan niemand verder vertellen en in ruil vertel ik iedereen dat jij de beste bent— probeert hij Dragontón te overtuigen.

—hahaha-lacht hij spottend, en doet alsof hij er zal over nadenken; na enkele ogenblikken, antwoordt hij – ik ga je mijn geheim vertellen, maar je mag het aan niemand doorvertellen, begrepen?

—Ja. Ja. Ik beloof je dat ik het niemand zal vertellen- antwoordt Dragoncete opgewonden. Goed. Hier gaan we. Ik vertel het je gewoon omdat je me bevalt

—¡Zeg het dan!

—Luister goed- antwoord hij rondkijkend om er zich van te verzekeren dat niemand het hoort; fluisterend, dicht bij het oor van Dranconcito spreekt hij verder – in de keuken van alle moeders zijn er magische poeders die peper heten. Je gaat, je zoekt, en als je ze vindt, neem je er in je mond, je houdt zolang mogelijk vol en je zult zien wat een mooie vlam je krijgt. Zo zal je je ouders een verassen.

—Bedankt, vriend. Ik zal nooit vergeten wat je voor mij gedaan hebt – zegt hij dankbaar

—Ik weet zeker dat je nooit zult vergeten. Hi, Hi.

Zonder afscheid te nemen, loopt hij naar zijn grot. Gaat rechtdoor naar de keuken. Kijk hier rond, zoekt. Teleurgesteld, hij denkt dat zijn moeder die magische poeders niet heeft, wanneer hij ze plotseling plotseling ziet. Daar zijn ze, half verstopt tussen het zout en de olie.

—¡Eindelijk zal ik vuur kunnen spuwen! – roept hij gelukkig.

Snel neem hij de pot, verwijdert met veel moeite het deksel en zonder te denken, te kijken, of te ruiken, leegt hij de volledige inhoud in zijn mond.

—¡Ah, ah, ah, ah, chisssssssssss chisssssssssssssss ayyyyyyyyyyyyyyyyyyyyy, ayyyyyyyyyyyyyyy, yaaaaaaaaaaaaaa ja Chis!

Arme Dragoncete, arme keuken van zijn moeder; niet een enkele pan niet een enkele pot is nog op zijn plaats. Dragoncito springt en niest zo sterk dat de kachel ondersteboven valt. Zijn ogen zijn gevuld met tranen, en omdat zijn gehemelte zo jeukt kan hij niet stoppen met niezen. Wanneer hij kalmeert, krijgt hij een grote preek van zijn vader, die eindigt met de volgende zin:

—Begrijp, zoon: er zijn geen snelkoppelingen of magische oplossingen. Het enige geheim is te oefenen tot je de techniek beheerst.

Hij moet ook zijn moeder helpen om de puinhoop op te ruimen en wordt gestraft voor een week mag hij de grot niet verlaten.

-3-

Hij denkt enkel hoe al zijn vrienden zullen lachen. Hij weet dat ze allemaal zullen spreken over het incident met de peper.

Toen hij eindelijk zijn grot weer uit mag, Dragonzón, zijn beste vriend-die met hem blijft spelen, hoewel hij nog steeds geen vuur spuwt-zegt:

—Je moet je oefenen.  In het begin is het moeilijk, maar je zult zien je zal het snel kunnen.

Hij probeert drie keer. En vraagt dan aan zijn vrienden hoe veel je moet oefenen en iedereen antwoordt:

—Veel. Om het vuur spuwen te domineren moet je veel oefenen.

Maar Dragoncito denkt dat altijd hetzelfde herhalen en herhalen, erg saai is, er moet toch een eenvoudiger manier om het te leren.  Een dag loopt hij verstrooid over het dorpsplein nadenkend over zijn probleem, en Dragontón komt naderbij:

—Ik hoorde dat je het kan.

—¿Ik? “Vraagt hij ongeduldig.” Maar jij was degene die me vertelde om het te doen!

—Het is onmogelijk. Ik gaf je mijn geheim en kijk nu wat er gebeurt; Iedereen denkt dat ik je bedrogen heb.

Dragoncete is zo bezig met het gesprek dat hij niet ziet, dat er een beetje verder een aantal tienerdraken lachtend toekijken.

—Dat klopt, je loog tegen mij. De peper dient enkel om te niezen; Vuur, niets. “Peper,” zeg je? Dat zei ik je niet, ik zei je Chili.

—Je zei me peper; Trouwens, ik geloof je niet meer.

—Nou, als je me niet gelooft, waarom blijven we dan praten? Ik weet zeker dat ik je Chili heb gezegd. Laat maar. Doe maar verder met die saaie oefeningen die toch tot niets leiden. Dag en dank me niet.

De kleine draak blijft nadenken. “En wat als hij gelijk heeft? Hij herinnert zich dat zijn moeder eens zei dat chili enkel voor papa is, omdat ze zo sterk prikken dat ze je mond in brand steken.  Het moet waar zijn; ik moet me vergist hebben in werkelijkheid zal hij chili gezegd hebben in plaats van peper.

Daarbovenop ik heb er niets bij te verliezen als ik het probeer.

Nadenkend dat hij zich had vergist en zeer tevreden dat hij eindelijk het geheim van vuur spuwen kent gaat hij zijn grot binnen.

Voor de tweede keer gaat hij naar de keuken ervoor zorgend dat niemand hem ziet.  En opnieuw zoekt hij tussen de kruiden tot hij het potje met de chilis vindt en voorzichtig stopt hij het puntje van een chili in zijn mond.

-WAW! Dit zal werken! Hoe sterk brand dit! Als ik volhoud zal het lukken.

-4-

Zogezegd zo gedaan. Hij stopt een aantal chili’s in zijn mond en, opgewonden, begint hij ze te kauwen. Na twee of drie momenten, krijgt hij een hevige pijn; Eerst in zijn neus, dan zijn gezicht en uiteindelijk alles. Zijn tong, keel, en buik alles brandt. Hij huilt door zijn ogen en neus, zijn mond is gevuld met speeksel, maar niets helpt.  Springend probeert hij de keuken niet opnieuw overhoop te hooien, hij gaat naar het watervat zet het op zijn hoofd. Wanneer hij afneemt begint hij al het fruit op te eten en wanneer hij aan de groenten wil beginnen betrapt zijn moeder hem.

Het resultaat: twee weken gestraft, zijn ego gekwetst en het hele dorp dat met hem lacht.

En terug naar af. Zijn vader zegt hem, heel serieus, dat vals spelen om proberen de weg te verkorten zijn meestal de langste route naar het doel is. Vertaald in de taal van Dragoncete betekent dit: “Oefenen, oefenen en oefenen”. Maar wat een last al dat oefenenen en oefenen. Hij is de enige draak oud genoeg om vuur te spuwen die het nog niet kan.

Inademen, ophouden, richt op het doelwit, open de mond en uitblazen.

Bovenop die saaie oefeningen, voelt hij zich verdrietig en vernederd, dus het concentreren op zijn oefeningen kost hem nu twee keer zoveel inspanning als voordien.

Inademen, ophouden, richt op het doelwit, open de mond en uitblazen verveeeeeeeelt mij.

Hoe heb jij leren vuurspuwen? -Hij vraagt aan zijn vriendin Dragoncina.

—Net als ieder ander; veel oefenen van maandag tot en met vrijdag, en zaterdag en zondag  een klein beetje oefenen – antwoordt ze.

Dragoncete denkt: “onmogelijk, er moet een andere manier zijn.” Maar elke draak die hij het vraagt zegt hetzelfde: oefenen. Zijn ouders, zijn broer, zijn ooms, zijn vrienden. Nou, niet iedereen. Dragontón lijkt anders te denken, hoewel hij al weet dat zijn advies hem alleen problemen geeft.

Op een middag moet hij oefenen, maar in plaats daarvan kijkt door het venster. Dan hoort hij een vreemd gesprek. Dragontón praat met zijn vrienden; ze lachen met de grappen die ze hebben uitgehaald.

Plotseling, hoort Dragoncete iets dat zijn hart sneller doet kloppen:

—Die kleine bemoeiaal zal het best bewaarde vuurspuw geheim nooit te weten komen, want ik ben niet van plan om het hem te vertellen. Ik zal hem nooit vertellen dat je de beste vuurspuwer kan zijn zonder al die stomme oefeningen te doen; Het is zo simpel dat  je het je niet eens kan voorstellen. Om het beste vuur te spuwen moet je alleen maar… vuur eten. Als ik het hem niet uitleg dat je om vuur te spuwen eerst vuur moet eten hoe gaat hij er dan achter komen?

Als Dragontón eindigt, lacht iedereen.

Dus denkt Dragoncito: het is waar. Natuurlijk, dat is de sleutel. Hoe kan ik vuur spuwen als er geen vuur in mij zit?

Hij is zo opgewonden en zonder nadenken gaat hij voor de derde keer springend  van vreugde naar de keuken; Hij gaat naar het fornuis dat zijn moeder altijd brandend houdt om het eten te bereiden en, glimlachend, zegt hij:

—Vuur, vuurtje, kom naar mij, ik zal binnenkort de meest beroemde vuurspuwer van het dorp zijn.

Zorgvuldig kiest hij een houtblok en blaast er zachtjes op zoals je ouders het doen elke keer als het fornuis opstoken. Wachten, geduldig, tot het vuur vat, spreekt hij tot zichzelf.

—Ik heb je ondeugende schurk. Je wilde me je geheim niet vertellen, maar nu weet ik het toch. Je zal het morgen wel zien als ik met deze mond de mooiste vlam spuw die ik heb. Jiji, haha.

Wanneer het houtblok ontbrandt en er een mooie vlam te zien is, neemt Dragoncete, het, in zijn dwaasheid, in zijn snuit en probeert het in te slikken. Bij het contact tussen het vuur en zijn tong, shsssssssssssssss en Dragoncito voelt dat zijn mond en trots zijn verschroeid.

—AYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYY. Het doet pijn! -Schreeuwt hij, terwijl het houtblok weggooit.

Hij loopt weg van huis in de richting van de rivier. Buiten wachten Dragontón en zijn vrienden, die schokken van het lachen. Hij loopt snel totdat hij de oever bereikt en, met een sprong, duikt hij in de rivier om het de pijn van de verbranding van zijn mond en neus te verminderen, en om het slecht gevoel omdat ze weer met hem gespot hebben te verlichten.

Deze keer zijn er geen straffen of preken. Zijn ouders zijn van mening dat de openbare schande meer dan genoeg is; daarbovenop moet hij een week met zijn tong uit zijn mond lopen, om de blaren van de verbranding te laten genezen. Zijn vrienden komen om hem te bezoeken, maar hij wil niet naar buiten gaan. Wanneer hij genezen is, zegt zijn vader:

—Ik hoop dat je eindelijk je les geleerd hebt. Zonder oefenen is er geen kennis. Het is de wet van draken.

Opnieuw staat hij aan het begin en de tijd verstrijkt. Binnenkort komt de dag wanneer alle jonge draken die hebben geleerd om vuur te spuwen mee gaan met de volwassenen naar de top van de grote vulkaan. Daar zullen ze hun vaardigheden  tonen en genieten van de wetenschap dat hun buren hen beschouwen als echte draken. Maar hij, door te proberen het pad te verkorten, beheerst de techniek nog steeds niet.

Inademen, ophouden, richt op het doelwit, open de mond en uitblazen.

«Ik zal het nooit kunnen. Ik ben geen draak, ik ben een muis met vleugels, “hij is wanhopig.

Inademen, ophouden, richt op het doelwit, open de mond en uitblazen.

-6-

Dan komt de dag van de viering van het vuur. Dragoncete zal niet meegaan omdat uit zijn snuit alleen maar de lucht komt, wat betekent dat hij nog er nog niet klaar voor is. Hij zal de grote vulkaan niet leren kennen en niet kunnen genieten van het feest. Hij wordt nog steeds beschouwd als een van de kleintjes, dus hij blijft bij hen.

Een draak die zo oud dat hij niet meer kan vliegen zal voor hen zorgen.

Dragoncete voelt zich erg verdrietig en betreurt de verloren tijd. Hij denkt dat omdat hij zo lui is geweest nog een jaar zal moeten wachten, en veel zal moeten oefenen om ooit naar het grootste feest van het dorp te kunnen gaan.

Hij loopt van hier naar daar, zonder zin om iets te doen, zonder te spelen met de andere kleine draken.

Hij luistert niet naar de verhalen die de oude draak vertelt; hij kan alleen maar denken aan hoe de anderen zich amuseren zonder hem.

Plotseling, hoort hij een geluid dat dichter komt en denkt eerst dat de feestvierders al terugkomen, maar het geluid lijkt niet op  vleugelslagen van draken. Het lijkt meer op  blaffende hond. Blaffende honden? Hij is  gealarmeerd.

—Mensen! — En er is geen volwassene om ze weg te jagen. Ze gaan ons vinden! Als ik ze maar kon afschrikken. Wat moet ik doen? Nog nooit was hij zo bang. Ah, kon ik maar vuur spuwen!—blijft hij nadenken. Hoewel, bij zijn laatste oefeningen kon hij al zo harde blazen dat hij bomen zou kunnen ontwortelen.

Ik laat ze denken dat er een windhoos is en misschien gaan ze dan weg.

Zo gezegd zo gedaan. Dragoncito klimt naar de top van een boom en vanaf daar doet hij zijn oefeningen, met maximale concentratie.

Inademen, ophouden, richt op het doel (op bomen die zwak lijken, die probeer ik neer te blazen), open de mond en uitblazen (hard zeer hard).

Een wind als van het noorden blaast door het bos, ontwortelt een boom en verschrikt de naderende jagers.

—¡Bravo, ik heb het! Moedigt “Dragoncete zichzelf aan, klaar om te blijven blazen.

” Inademen, ophouden, richt op het doel (nu die bomen daar verder om de weg af te snijden), mond openen en blazen (met veel geraas vallen twee bomen om).

—Oke, jongen, in orde. Een beetje meer en ze zullen weggaan. — Zoek een nieuw doel om op te richten en-wat als ik dat ding op hun hoofd wegblaas?

Inademen, ophouden, richt op het doelwit (de hoeden van de mensen), mond openen en uitblazen.

Hij blaast zacht, direct, geconcentreerd en… een goed gerichte vuurtong komt uit zijn mond en verschroeit de hoeden van de ongelegen bezoekers.

De mensen hebben het gevoel dat vlammen uit de hemel vallen, bovenop op de wind, enze zien hun hoeden en enkele nabijgelegen takken brandend wegvliegen.

Ze vluchten zonder na te denken over de oorzaak van wat er gebeurt. Ze zien de kleine draak niet, verborgen in de kruin van een boom, die zijn dorp met haar en tand verdedigt; Maar alle draken die terugkeren van de grote vulkaan, zien hem.

-7-

Het spontane feest dat ze organiseren ter ere van Dragoncete is veel beter dan tien vuurfeesten. Het is geïmproviseerd, vrolijk en het belangrijkste, het wordt gevierd ter ere van hem.

Allen zijn trots op zijn moed en feliciteren hem, met inbegrip van Dragontón en zijn vrienden.

Hij is uitgegroeid tot een held en voor een lange, lange tijd, zal niemand zijn prestatie vergeten.

Inademen, ophouden, richt op het doelwit, open de mond en blaas uit. (Oh, het is zo leuk om vuur te spuwen!).

Meki- mercedes haviller

Mercedes Hauviller

The Witch

By Meki  Hauviller

The witch was dying to eat our livers. That’s what he used to tell us every time we went on a bicycle, on the side of his house. ‘I’m going to eat their livers!’ he shouted. It was a spectacle to see her run trying to reach us, the long white hairs, always loose, the faded clothes flaming around the skeletal legs.

We laughed and made fun of him from afar, two or three walks beyond. We knew she never left her territory, except for her sunset.

We were about ten boys. We met every afternoon on Black’s verdict. We played different things, depending on the desire or the time of year, but never, we never missed the bikes about the witch.

She was boiling with rage. We were waiting for you standing behind the garden fence in front of your house. Other neighbors would take us out of buckets or when we ruined a flower quarry or made them ring raje. This one, on the other hand, wanted to eat our livers.

He had appeared almost three months ago and was not talking to anyone. She lived alone with a cat as skinny and unhinged as she was, who also seemed angry that we were passing by the verdict. He had moved because the livers of the boys in his old neighborhood had died, we said.

It took us two months and twenty-seven undefeated days when Mouse fell off the bike on the witch’s verdict. Neither of us noticed until we stopped, two walks later, to enjoy our victory as we always did. It was only there that we saw the witch, leaning over Mouse groping him and scratching him, muttering something. Angel was the first to react. The others follow him and among all of us we managed to rescue him. Mouse took at least an hour to speak again. When he finally said something, it was to say goodbye.

The next day Mouse didn’t show up and we suspended the witch’s game until we saw what was going on. We waited for him for several days, but he didn’t come back. We kept getting together, but we didn’t play anything.

After a week, we decided to go to Mouse’s and find out what was going on. We all wanted to go, but we solved that Angel was going to be the one to talk. The rest of us are waiting a few steps further back.

Mouse’s mother opened the door. She seemed tired and with little desire to explain. Mouse was sick and could not see anyone, he had to rest absolutely. It was very delicate what he had, he said. Something about the liver.

We couldn’t believe it. The witch had made it. Would he have eaten it by now? In what way? Something had to be done, a plan thought. We imagined Mouse locked in his room, alone. Pale, skinny and liverless. The doctors weren’t going to find any explanation.

We were sitting in the cordon of Black’s side for the rest of the afternoon, thinking about where to  start. It finally occurred to us that the first thing to do was to go in and investigate the witch’s house. We didn’t know what we were going to look for, but at least it was to tantear a little bit. None volunteered to go, we had to vote. Despite the urgent, we left it for the other day.

We gather only the four chosen for this mission. It was late, just a little before it started to get dark, when the witch made her only way out. We didn’t know where I was going, but every day I’d come out with a big bag made with different colored body clippings. It took between forty minutes and an hour to get back, which gave us little time. We’re waiting hidden behind a parked car in front of your house. When she came out, we followed her with our eyes until she turned the corner and ran to the house, opened the fence and crossed the garden running too. We were paralyzed when we got to the entrance. Angel rested his hand on the doorknob and turned it slowly. The door wasn’t locked.

I don’t think any of us ever felt so afraid as during the seconds it took our eyes to get used to the dark.

What we saw disappointed us quite a bit. A small dining room, with few wooden furniture and lots of plastic fruits on the table, on the sideboard, hanging from the walls. An arcade on the right overlooked the kitchen. In front of the front door came a narrow corridor that led to what we thought would be the bedroom and the bathroom. We were sure we were going to find something terrible out there, worthy of the witch. But there was nothing in the bedroom either, the house was like any house. The witch was too skilful, we thought, she hadn’t left us proof. More relaxed, we split the investigation. We looked in the closets, cupboards, under the bed, inside the fridge. Even in the trash, looking for liver debris, but nothing.

Until what we were looking for appeared in one jump. He’d always been there, but we hadn’t taken that into account. He was probably an assistant witchcraft. Now it was going to be our bargaining weapon. We left a note to the witch, among the apples of the sideboard: ‘the cat by Mouse’s liver’.

Some were afraid that the witch would talk to our parents, but there really was nothing to worry about. Witches can bewitch you or even eat your liver, but they don’t talk to parents.

We had the cat locked in the gallon at the bottom of Angel’s. Day by day we were going to ask Mouse’s mother for news, but everything was still the same.

The witch showed no sign. I hadn’t claimed the cat. We haven’t seen her in about three weeks, we hadn’t been through that door since the visit to her house. We thought it was time to give him an ultimatum and on another of his exits, we passed him the second note below the door: two days to return Mouse’s liver or we would kill the cat.

It was two useless days. Nothing happened. Some of us stand in front of Mouse’s house and the rest guarded the witch’s. At the end of the second day we went for the last time to ask Mouse’s mother for news, but everything was still the same.

Now we had to kill the cat. Other than the witch, she’d find out we were weak and she was going to take advantage. Who knows how  we could end up. Since he had not served as a hostage, the cat would serve for vengeance.

The boys were against killing him. The cat wasn’t to blame, they said. But it wasn’t a matter of guilt, we explained, it was about honor. Besides, looking at him, he didn’t even feel sorry for him. He was just like his owner, white and skinny. Sometimes it seemed to us that the witch would come in and out of the cat’s body from time to time. You had to kill him, so she could know who she was dealing with. We too were able to meet our threats.

We decided to burn him alive, because Black’s grandmother always said that fire scares away evil spirits. If the cat was possessed, we didn’t want to keep something weird going around.

We took advantage of nap time to assemble the campfire at the bottom of Angel’s house. The parents were working and the sister was locked up to watch the soap opera in her room.

We stacked several dried twigs and straws from an old broom that we found in the shed. The broomsath was used to tie the cat with rags, front and back legs. We sprayed it with kerosene and stuck the stick in a hole we had made in the center of the branch pile. Nobody said anything. The cat didn’t make a sound, he looked at us almost with contempt. We thought he was going to resist, to scratch, to try to escape, but he didn’t. The Black repented at the last minute, wanted to back off, but Angel was already lighting the fire.

It must be acknowledged that the cat endured the situation much better than ourselves. In absolute silence he held our gaze almost to the end. It was only when the smell of burnt flesh mixed with that of Black’s vomit became unbearable, that he released a sharp, endless meow. He kept that almost human cry until his eyes burst and the flames reached their maximum height before he began to come down. The cat’s remains took another two hours to consume. Then we had to pick up what was left.

We decided to throw it away, because nobody wanted that buried in their garden. We wrapped the shreds of scorched leather and guts in newspaper papers and put everything in dark bags. We pulled it out little by little, so as not to raise suspicions. No one was encouraged to talk. At the end of the day we each went to his house.

The next day, when we went to Mouse’s, we weren’t surprised at all that he opened the door himself. He made us hang out. He was much better, recovering. I still couldn’t get out on the street, but at least I didn’t need to rest. He told us he’d had liver disease. It had been a strong yellow color and feeling pretty bad the first few days. We all knew what he had thought, but none of us said it, it wasn’t necessary.  Somehow, we had saved him.

At first we were afraid the witch would reappear. To claim the cat, to make a counterattack. But he didn’t. He kept dating in the afternoons, just before it got dark, but without carrying the body bag. We thought that now the goal of this walk was to find the cat. As time went on, we calmed down.

There was never talk of it again. One of the boys once remarked that he couldn’t forget the meow, the smell. Another, who sometimes had nightmares. On both occasions we looked at them as if we didn’t understand what they were talking about. Then there were no more attempts. We keep getting together in the evenings to play for a few weeks. Gradually, however, we all invented excuses, and after a few months, we only saw each other every now and then, when we crossed the neighborhood, going to make some buying or returning from school.

NL

DE HEKS

De heks kon niet wachten om onze lever op te eten. Dat zei ze ons telkens we met de fiets voorbij haar huis reden. “Ik ga jullie lever opeten!”, riep ze dan.

Het was een spektakel haar achter ons aan te zien lopen, met haar loshangende lange witte haar en achter haar flinterdunne benen wapperende kleurloze kleren.

We lachten en bespotten haar vanuit de verte. We waren immers zeker dat ze haar tuintje nooit zou verlaten, behalve dan voor haar uitstapjes bij valavond.

We waren een groepje van een tiental jongens dat elke namiddag afsprak op de stoep van de straat waar Negro woonde. We speelden dan verschillende spelletjes naargelang het seizoen of gewoon waar we op dat moment zin in hadden , maar we lieten het nooit na eens voorbij de heks te rijden.

Zij kookte dan van woede en wachtte ons op achter het hek van haar voortuintje. Andere buren verjoegen ons met emmers water en verwensingen wanneer we weer eens hun bloemenperkjes vernielden of belletje trek speelden , maar zij daarentegen dreigde er steeds weer mee onze levers op te eten.

Ze verscheen voor het eerst drie maand geleden en sprak met niemand. Ze woonde alleen , enkel in gezelschap van haar magere kat die zich ook al leek kwaad te maken telkens we langsreden. Ze was verhuisd omdat de levers van de kinderen in haar vorige buurt op waren , zeiden we.

Pas nadat we twee maand en zevenentwintig dagen zonder probleem aan haar achtervolgingen hadden kunnen ontsnappen viel Ratón met zijn fiets net voor de deur van de heks. Niemand had er iets van gemerkt alvorens we twee straten verder stopten om zoals altijd van onze overwinning te vieren. Pas daar zagen we hoe in de verte  de heks , boven Ratón gebogen , hem sloeg en krabde en allerlei dingen toefluisterde. Ángel was de eerste die reageerde. De anderen volgden hem en samen sloegen we erin Ratón te bevrijden. Het duurde zeker een uur voor die iets kon zeggen en wanneer hij eindelijk iets zei was het om afscheid te nemen.

De volgende dag kwam Ratón niet opdagen en wij hielden ermee op de heks te plagen om te zien wat er zou gebeuren. We wachtten enkele dagen maar Ratón keerde niet terug. We bleven bij elkaar komen maar speelden eigenlijk geen spelletjes meer.

Na een week besloten we Ratón te bezoeken om te zien wat er aan de hand was. We gingen met zijn allen maar spraken af dat Ángel het woord zou voeren. De anderen bleven op de achtergrond.

De moeder van Ratón opende de deur.  Ze leek moe en had weinig zin uitleg te geven. Ratón was ziek en kon niemand zien , hij moest rusten. Zijn moeder vertelde ons dat hij iets heel ernstigs had. Iets aan zijn lever.

We konden het haast niet geloven. De heks was dus in haar opzet geslaagd ? Had ze zijn lever al opgegeten ? Hoe ? We moesten iets doen , een plan uitdokteren. We beeldden ons Ratón in , opgesloten in zijn kamer, alleen. Bleek , mager en zonder lever. De dokters zouden geen oorzaak vinden.

De rest van de namiddag bleven we op de stoep zitten in de straat van Negro , een plan aan het smeden.  Uiteindelijk besloten we dat we het huis van de heks zouden moeten binnen gaan en onderzoeken. Ook al wisten we niet wat we moesten zoeken. Niemand gaf zich vrijwillig op om dat te doen , dus moesten we erover stemmen, maar ondanks de urgentie zouden we dat pas de dag nadien doen.

Enkel de vier uitverkorenen voor deze missie spraken met elkaar af een beetje voor valavond , wanneer de heks haar enige uitstapje maakte. We wisten niet waar ze ging , maar elke dag verliet ze haar huis met een grote lederen gekleurde tas. Ze bleef dan telkens 40 minuten tot een uurtje weg, wat ons weinig tijd gaf. We verstopten ons achter een wagen voor haar huis en wachtten geduldig af. Wanneer ze naar buiten stapte wachtten we tot ze de hoek om was en liepen snel naar haar huis , openden het hek en liepen door haar tuin. We verstijfden wanneer we bij haar deur aankwamen. Ángel legde zijn hand op de deurklink en draaide die traag om. De deur was niet op slot.

Ik denk niet dat we ooit zoveel schrik hadden gehad als tijdens de tijd die onze ogen nodig hadden om te wennen aan het donker op dat moment.

Wat we zagen ontgoochelde ons danig. Een klein eetkamertje met weinig houten meubels en veel plastic fruit op tafel en aan de muren. Een deur rechts gaf uit op de keuken. Rechtover de voordeur gaf een nauwe doorgang uit op wat we dachten dat de slaapkamer en badkamer zouden zijn. We waren er zeker van dat we daar iets verschrikkelijks zouden aantreffen , de heks waardig. Maar ook in de slaapkamer vonden we niets. Het huis leek op ieder ander huis. De heks was te sluw , dachten we , ze had geen enkel spoor achtergelaten. Iets meer op ons gemak zetten we onze zoektocht verder. We zochten in kasten , rekken , onder het bed en onder de koelkast.  Zelfs de vuilniszak onderzochten we op resten van lever , maar niets ….

Tot we plots vonden wat we zochten. Ongetwijfeld de assistent van de heks. Nu zou het ons wapen worden om te onderhandelen. We lieten een briefje achter voor de heks : “de kat voor de lever van Ratón !”

Enkelen hadden schrik dat de heks zou gaan praten met onze ouders maar in feite moesten we ons geen zorgen maken. Heksen  kunnen je betoveren of zelfs je lever opeten , maar praten met je ouders doen ze niet.

We  hielden de kat verschillende dagen opgesloten in het huis van Angel. Om de twee dagen liepen we langs bij de moeder van Ratón om uitleg te vragen , maar alles bleef onveranderd.

De heks reageerde niet. Ze eiste de kat niet op. We zagen de heks een drietal weken niet  , we waren ook niet langs haar huis geweest sinds ons bezoek eraan. We achtten het moment gekomen om haar een ultimatum te geven en tijdens één van haar volgende uitstappen staken we een tweede briefje onder haar deur : we gaven haar twee dagen om Ratóns lever terug te geven of we zouden de kat vermoorden.

Het waren twee verloren dagen : er gebeurde niets. Enkelen bleven wachten aan het huis van Ratón en de anderen hielden wacht aan het huis van de heks. Op het einde van de tweede dag gingen we weer om nieuws vragen bij de moeder van Ratón  maar alles was bij het oude gebleven.

Nu moesten we de kat vermoorden. Anders zou de heks ontdekken dat we zwak waren en daar zou ze van profiteren. Wie weet hoe dit zou eindigen. Als de kat niet als losgeld kon dienen , moest ze maar als wraak dienen.

De kleinsten waren tegen het vermoorden van de kat. De kat droeg geen schuld , zeiden ze. Maar we legden hen uit dat het geen kwestie was van schuld , maar van eer. Tenslotte voelden we ook geen wroeging : toen we de kat goed bekeken was ze zoals  zijn eigenares , bleek en mager. Soms leek het ons dat de heks in en uit het lichaam van de kat trad. We moesten de kat wel doden , opdat de heks zou beseffen met wie ze te doen had. Ook wij waren in staat om onze bedreigingen uit te voeren.

We besloten om de kat levend te verbranden omdat de grootmoeder van Negro altijd zei dat vuur de boze geesten verjaagt. Als de kat bezeten was , wilden we niet het risico lopen dat een geest zou tevoorschijn komen en rondspoken.

We maakten gebruik van de siesta om het vuur aan te steken achter het huis van Ángel. Zijn ouders waren gaan werken en zijn zus was in haar kamer een soap aan het kijken.

We stapelden wat droge takjes en de stoppels van een oude bezem die we in de schuur hadden gevonden. De bezemsteel gebruikten we om de kat met wat vodden aan vast te binden. We besprenkelden de kat met kerosine en hamerden de steel in een gat dat we gegraven hadden in de grond onder de stapel takken. Niemand zei iets. De kat maakte geen enkel geluid en keek ons aan met misprijzen. We hadden gedacht dat ze zich zou verzetten , krabben , proberen te ontsnappen , maar ze deed niets. Negro kreeg op het allerlaatste moment spijt en wilde terug , maar Ángel was het vuur reeds aan het aansteken.

Het moet gezegd dat de kat veel beter om kon met de situatie dan wijzelf. In absolute stilte bleef ze ons bijna tot het einde aanstaren. Pas op het moment dat het geurmengsel van verbrand vlees en het braaksel van Negro onuitstaanbaar werd, liet de kat een scherpe en oneindig lange miauw horen. Ze hield die bijna menselijke schreeuw aan tot wanneer haar ogen ontploften en het vuur zijn hoogste punt bereikte. Het duurde nog twee uur vooraleer het vuur de rest van de kat verteerd had. Nadien ruimden we op wat achterbleef.

We besloten de resten in de vuilbak te gooien aangezien niemand die in zijn tuin wou begraven. We wikkelden de resten huid en ingewanden in krantenpapier en staken dat alles in donkere zakken. We deden dit beetje bij beetje om bij niemand argwaan te wekken. Nadien ging ieder naar zijn eigen huis.

De volgende dag wachtte ons een enorme verrassing toen we naar het huis van Ratón gingen : hijzelf opende de deur. Hij liet ons een tijdje blijven en voelde zich al veel beter. Hij kon nog niet naar buiten , maar moest in elk geval niet veel meer rusten. Hij vertelde ons dat hij een leverziekte had gehad, dat hij heel erg geel had gezien en zich zeer slecht had gevoeld. Ieder van ons wist wat we allemaal dachten maar niemand zei iets , dat hoefde ook niet. Op een of andere manier hadden we hem gered.

De eerste dagen nadien hadden we schrik dat de heks opnieuw zou tevoorschijn komen. Dat ze de kat zou terug eisen , dat ze een tegenaanval zou opzetten. Maar dat deed ze niet. Nog altijd ging ze ’s avonds , net voor donker , de straat op ; maar nu zonder haar lederen tas. Wij dachten dat ze vanaf nu steeds op stap ging om haar kat terug te vinden. Met het verstrijken van de tijd werden we rustiger.

Nooit nog spraken we over deze zaak. Eén keer wel zei een van de jongens dat hij het miauwen en de geur van de kat maar niet kon vergeten. Een ander had dan weer nachtmerries. In beide gevallen keken we hen aan alsof we niet wisten waarover ze spraken. Nadien probeerde niemand er nog iets over te zeggen. Nog enkele weken lang bleven we met elkaar afspreken elke namiddag om samen te spelen. Echter begonnen we beetje bij beetje excuses uit te vinden om niet te komen en na enkele maanden zagen we elkaar nog maar zelden , op straat , onderweg , of terugkerend van school.

Mercedes Hauviller

siempre - maria clara mejia

María Clara Mejía Villate

CAMILA AND THE SQUIRRELS

It barely dawns. Camila is already in the kitchen tucked upside down in one of the shelves, looking for the wicker basket for the picnic with her friends in the woods.

“I finally find you! “He tells the basket by putting it in the meson, then he looks for the nuts and peanuts that his mother always keeps next to the refrigerator,- Now some fresh fruit and a couple of bottles of water.

“Daughter, why are you making so much noise? It’s too early,” Fiona tells her daughter.

“Mommy, did you forget? “He questions her while still putting things in the basket—Today is the picnic!

“Walk, forgive me, I had forgotten.

“Don’t worry Mommy, I’ll be back in the afternoon,” says Camila fast, doesn’t want to waste a second

“I love you Mommy.

“And I to you little girl

Camila leaves his house loaded with a thousand things. Before putting on his slippers he walks on the grass still a little damp by the morning dew, inadvertently drops a sweet laugh that makes him wrinkle his small, freckled nose.

From the gate she reaches to see the river, closes her eyes and enjoys her canticle that invites her to go, then begins her way, dances as if she were at a party; he’s never liked dancing like all the other kids do.

A few steps before she arrived, she encounters Luna, a squirrel who has become her friend since she came to live in the house.

“Cami, you’re here! Luna exclaims excitedly that unguised immediately jumps into the basket to sniff it with its tiny nose.

“We’re going to the riverbank for our picnic,” says Camila Feliz.

Luna arrives first and immediately begins to remove the dried leaves. Camila puts the basket on the grass, pulls out the tablecloth of red and white squares specially purchased for the occasion. Luna keeps jumping for joy all over the way when she sees nuts, fruits and water.

“Well, everything’s ready,” Camila exclaims, “but where’s Sol?

Luna has no idea what to answer, she doesn’t know where her sister is, so she decides to climb the tree to look for her. While He walks with his arms at his waist, as if it were a jug, check the place with his gaze.

“I see it! “Luna exclaims,” something happened to him because he looks scared.

“Sorry for the tardiness,” Sol apologises, “we must be careful, on my way here, I could see Nicholas hanging around

“Oh no! it can’t be,” luna exclaims, terrified.

“Nicholas? “Confused Camila asks,” he asks.

“Well, it’s the fox,” they say, his eyes are yellow and red, he’s strong, he growls every time, and he’s also very dangerous.

I have an idea,” Says Camila, “let’s get grass and dried leaves to make little mountaineers around us, and when the fox gets close, it’s sure to step on them and the sound is going to alert us that it’s close … let’s get to work!

At the end of the job, the squirrels help Camila get everything out of the basket for lunch with peace of mind. The softness of the banana, the delicious taste of the walnuts and the freshness of the water delight them.

Once the banquet is over, everyone plays, they run all over the way. His laughter is confused with the canticle of the river; but they no longer remember Nicholas, who from behind a tree watches over them.

“That’s good! They’ve already lay down to rest,” Nicholas says, and stealthily approaches them, but falls into the trap and the creaking of the leaves alerts them. Nicholas, when discovered, runs swiftly towards them.

“Sun and Moon, get in the tree! “Order Camila

“What about you? “He asks dismayed sun, while Luna makes thousands of signs to tell them that Nicholas is getting closer and closer.

“Don’t worry about me,” Warns Camila

The squirrels obey Camila, then they climb the tree, but while still looking at their friend, although Sol refuses to follow, and without being seen low from the back of the tree to warn Fiona, Camila’s mother, what is happening.

“But who do we have here…,” the fox says in his indecipherable voice, staring at Camila, letting his sharp fangs see.

“Nicholas, I’m not afraid of you,” Camila exclaims in a choppy voice, giving away her fear.

“You smell like fear,” Nicholas replies.

For his part, Sol enters Camila’s house to search for Fiona, the girl’s mother for all the rooms, until he finds her.

In a thousand ways he tries to explain to him what’s going on with Camila, but it’s hard to understand, so the squirrel signs him with his tail to keep him going.

Both quickly approach the river bank. Seeing the basket roll, they fear the worst.

“I can’t believe it,” says Sol surprised looking at Fiona

Camila, Luna and Nicolás are sitting facing the river, laughing, talking and sharing one nut.

“Don’t worry, Nicholas is not bad at all dangerous. No one wants to be near him because of his appearance; he’s just looking for company,” Camila explains very seriously.

“What about his evil voice and his eyes full of fury? Sol questions.

“It’s our imagination, we see and listen to what we want. Look, Nicolas, this is the Sun squirrel and my mom. Don’t be afraid.

And as in a tribe, everyone sits in a circle. Camila asks the fox to tell her adventures in the woods. They speak until dusk, Luna and Sol lost the war against sleep, and more than an hour ago they snored peacefully.

“Come on, it’s too late,” Fiona says

Nicholas looks down at the ground, sadly gets up and with his tail between his legs walks slowly into the forest. Camila wipes a few tears from his eyes, runs after him but does not reach him.

“Nicholas returns! Fiona screams so loudly that she wakes up the squirrels that rub her eyes. The fox stops his confused gait.

“Daughter brings Nicholas, he is welcome in our house and can stay with us forever.

“Really, Mommy? She asks the girl sobbing with joy.

Without thinking twice, Nicholas runs next to his new family, and thus start a new life

The end

NL

CAMILA EN DE EEKHOORNS

De dag breekt aan. Camila zit met haar hoofd tussen de kasten van de keuken, een rieten mand te zoeken voor de picknick samen met haar vriendinnen in het bos.

‘Eindelijk vind ik jou’ zegt Camila tegen de mand en legt ze op de keuken tafel. Daarna zoekt ze de noten die haar moeder naast de koelkast bewaart.

‘Nu nog een beetje fruit en een paar flessen water’

‘Mijn lieve dochter, waarom maak je zo veel lawaai? Het is nog heel vroeg’ zegt jaar moeder Fiona verbijsterd.

‘Mama ben je vergeten?’ vraagt ze terwijl ze alles in de mand legt’ Vandaag is picknick dag!

‘Sorry Camila, ik was helemaal vergeten!’

‘Het maakt niet uit mama, ik kom deze namiddag terug’ en ze vertrekt haastig.

‘Ik hou van jou mama’

‘Ik hou van jou mijn klein meisje.

Camila neemt veel spullen met zich mee. Voordat ze haar schoenen aantrekt, loopt ze op het gras dat nog een beetje nat is van de ochtenddauw. Ze lacht en haar neusje vol sproeten rimpelt.

Vanuit de poort kan ze de rivier zien. Ze doet haar ogen dicht en geniet van het geluid dat haar lokt. Dan zet ze haar weg verder dansend, alsof ze op een feestje is. Ze loopt niet graag zoals alle anderen kinderen doen.

Bijna aangekomen ontmoet ze Luna, een eekhoorn die haar vriend werd sinds ze in het huis kwam wonen.

‘Camila, eindelijk bent je er’ zegt Luna opgewonden. Plotseling sprong Luna naar de mand om er in te snuffelen met haar kleine neus.

‘We gaan naar de oever van de rivier voor onze picknick’ zegt Camila enthousiast.

Luna arriveert als eerste. Onmiddellijk begint ze de droge bladeren te verwijderen van de grond.

Camila zet het mandje op het gras, en neemt het tafellaken met rode en witte vierkantjes, speciaal gekocht vorr deze gelegenheid.

Luna stopt niet met het maken van vreugdedansjes als ze de noten, het fruit en het water ziet.

‘Ok, alles is klaar’ zegt Camila ‘maar waar is Sol?’

Luna heeft geen idee wat te antwoorden. Ze weet niet waar haar zus is. Ze klimt in de boom om haar te zoeken. Terwijl Camila met haar handen in haar zij rondkijkt.

‘Ik zie haar’ zegt Luna ‘er is precies iets gebeurd, ze ziet er bang uit’

‘Sorry voor de vertraging’ verontschuldigt Sol zich ‘we moeten voorzichtig zijn! Op mijn weg hier heb ik Nicolas zien rondlopen’.

‘Oh nee! Dat kan niet’ zegt Luna doodsbang.

‘Nicolas’ vraagt Camila verward ‘Wie is dat?’

‘Ik heb een idee’ zegt Camila ‘we maken kleine stapeltjes van droog gras en bladeren rondom ons, en als de vos in de buurt komt en hij erop stapt, zal het geluid ons waarschuwen’

‘Aan de slag’ zeggen allemaal in koor.

De eekhoorns en Camila alles klaarzetten om samen alle rust te eten. De mildheid van de banaan, de heerlijke smaak van de walnoten en het frisse water verrukken hen.

Na het eten lopen ze spelend rond. Hun gelach mengt zich met het geluid van de rivier, maar ze zijn Nicolas vergeten die vanuit achter een boom naar hen kijkt.

‘Fijn, ze nemen nu een dutje!’ zegt Nicolas die heimelijk besluipt, maar hij loopt op de val en het geluid van de krakende bladeren waarschuwt hen.

Nicolas beseft dat ze hen hebben ontdekt en loopt snel naar toe. Camila beveelt Sol en Luna om in de boom te klimmen.

‘En jij?’ vraagt Sol ontzet, terwijl Luna duizenden tekens maakt om hen te zeggen dat Nicolas dichterbij komt.

‘Maak je geen zorgen om me!’ zegt Camila.

De eekhoorns luisteren naar Camila en beklimmen de boom, maar blijven naar hun vriendin kijken.

Sol weigert om verder te gaan. Zonder haat te laten opmerken, klimt ze langs de achterzijde van de boom naar beneden om Fiona, de mama van Camila te vertellen wat er aan de hand is.

‘Maar wie hebben we hier’ zegt de vos met onbeschrijfelijke stem, starend naar Camila, terwijl hij zijn scherpe hoektanden toont.

‘Nicolas ik ben niet bang van je’ roept Camila met een onderbroken stem die haar angst onthult.

‘Ik kan jouw angst ruiken’ antwoord de vos.

Door de keukenraam dringt Sol het huis binnen en zoekt ze Fiona in alle kamers tot ze haar vindt. Op duizenden manieren probeert ze uit te leggen wat er met Camila gebeurt, maar het is moeilijk te begrijpen. Dan maakt de eekhoorn een teken met haar staart om haar te volgen.

Wanneer ze de rivieroever naderen en ze de mand zien rollen over de grond, vrezen ze het ergste.

‘Ik kan het niet geloven’ zegt Sol verrast kijkend naar Fiona.

Camila, Luna en Nicolas zitten samen naar de rivier te kijken. Ze lachen, praten en delen de noten met elkaar.

‘Leuk! Je hebt mijn moeder meegenomen’ zegt Camila opgewekt, terwijl Luna op Nicolas rug klimt om hem te kalmeren.

‘Maak je geen zorgen! Nicolas is geen slechterik en helemaal niet gevaarlijk. Niemand wil dicht bij hem omwille van zijn uiterlijk. Wat hij zoekt is alleen maar wat gezelschap!’ legt Camila heel serieus uit.

‘Wat zeg je over zijn enge stem en zijn ogen vol woede?’ vraagt Sol.

‘Het is maar onze fantasie. Wie zien en horen enkel wat we willen’ gaat Camila verder ‘kijk Nicolas, daar zijn Sol de eekhoorn en mijn moeder. Wees niet bang!.’

Zoals in een stam, zitten ze allemaal in een cirkel, en vraagt Camila de vos om zijn avonturen van het bos te vertellen.

‘We gaan naar huis. Het is te laat ‘ beveelt Fiona.

Nicolas kijkt naar de grond. Hij staat droevig op en loopt langzaam met zijn staat tussen zijn poten naar het bos. Camila droogt enkele tranen en ze loopt hem achterna, maar tevergeefs.

‘Nicolas kom terug!’ Fiona roept zo hard dat de eekhoorns er wakker van worden. De vos stopt verward.

‘Camila, Nicolas is welkome in ons huis en hij zal altijd bij ons kunnen blijven’ zegt Fiona.

‘Echt mama?’ vraagt het meisje snikkend van vreugde.

Zonder na te denken keert Nicolas terug naar zijn nieuwe familie en zo begint een nieuw leven.

EINDE

BEWOGEN

VROUWEN LATIJNS-AMERIKAANSE SCHRIJVERS OP HET BEWOGEN-FESTIVAL

 
 

Bewogen is a literature festival in different spaces in Brussels. Spaces that open up to the possibility of recognizing the beauty of words, celebrating languages and messages through theatre, music, film, literature, exhibitions and conversations. Bewogen offers the opportunity to delve into each other through aloud readings of short stories, poems, sayings and lectures, to be moved by the performances that make people’s trajectories palpable on the flight of departure, the journey and their arrival. The ears open to take inspiration from the music, food, cinema, art that come together from all corners of the world, to live together and experience together the beauty of languages and their messages. The activity is free and literature is expected to be extended to an inclusive society.

Latin American women writers will be present with storytelling readings for children, stories and storytelling of collective experiences.

Programming for children: Karambola – raising abroad, Ana Quijano

Read aloud: Virginia Hernández Becerra, Meki Hauviller, Ana Valenzuela.

Translation of Texts: Adriana Luna and Brenda Fmdo.

DATE FEBRUARY 23, 2019

LOCATION: KUUMBA

Kuumba – Vlaams Afrikaans Huis

Waverse Steenweg 78

1050 Brussel (Matongé)

ACCESS HOURS: 14:00-21:00

Work shops for children from 14:30-17:30

Auberge espagnol from 17:30-19:00

Open Micro from 19:15-21 hrs.

Organized activity Always Vzw Ngo and FMDO Bussels within the framework of Bewogen Festival